2020 - 33ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal






DE MOED OM MACHTELOOS TE ZIJN



DE DAG VAN...
Alles heeft zijn tijd....! Vandaag, 15 november, bijvoorbeeld is het de dag van de ‘gevangen genomen schrijvers.’ Aandacht wordt gevraagd voor schrijvers in dictatoriale landen. Het is ook de internationale dag ter herdenking van verkeersslachtoffers. Gister was het de dag van de ‘achterhoekse popmuziek’ en ‘de internationale dag tegen diabetes. Elke dag is er wel iets dat aandacht vraagt. 19 november is het wereld toiletdag - over de slechte hygiëne in veel landen. 21 november is het wereld-hallo-dag; we worden opgeroepen om minstens tien mensen te groeten. De dag is ooit na de oorlog Egypte -Israël uitgeroepen in 1973. Zo is er een tsunami dag; 10 november is de dag van de mantelzorg en zo is er elke dag iets anders. 
Waarom zeg ik dit?

DAG VOOR DE ARMEN
In 2015 werd herdacht dat het Vaticaans Concilie 50 jaar geleden gehouden was. De paus heeft toen een bijzonder ‘Heilig Jaar van de Barmhartigheid’ uitgeroepen. Bij die gelegenheid heeft hij ‘de Werelddag voor de Armen’ ingesteld, en wel op de 33ste zondag door het jaar – de week vóór Christus Koning. De koning die de mensen zal komen beoordelen naar hun ‘werken van barmhartigheid’: hebben ze hongerigen gevoed, vreemdelingen opgevangen en zieken en gevangenen bezocht? De dag voor de armen moet ons inprenten dat omzien naar elkaar geen neveneffect van ons geloof is, maar het hart ervan. Franciscus wijst erop dat onze aandacht voor de armste mensen dé manier is om God te ontmoeten. Hij zegt erbij dat het niet gemakkelijk is.

BIJ EEN ZIEKBED
Ik herinner me een ernstig zieke vrouw. Haar levenseinde kwam in zicht. Ze vertelde me, dat ze van sommige mensen niets meer hoorde. Collega’s van het werk bijvoorbeeld. Een vriendin had na twee maanden gebeld en gevraagd hoe het ging. Daarop had ze gezegd: ‘vòlgende week, dàn kom ik langs..., eìnd volgende week.’ Daarop zei de zieke een beetje cynisch: ‘die dàt zeggen: “eínd volgende week” die komen nooit!’ Dat is geen onwil, het is ook geen liefdeloosheid, het is pure onmacht. Wij weten geen raad met situaties waarin we onmachtig zijn. Daarom zijn we geneigd die uit de weg te gaan. 

OP STRAAT
Ik zag eens een interview met een bedelaar die vaak aan de deur van Albert Hein had gestaan. Hij wilde de winkelwagentjes van de klanten graag terugzetten in de rij om het statiegeld te innen. De interviewer vroeg, of hij wel eens negatieve reacties kreeg. Zijn antwoord was: ‘Het akelige is, dat veel mensen me ontwijken; ze kijken me niet eens aan...’ Ik betrapte me erop dat ik die neiging ook had. Je voelt je immers machteloos. Je geeft wel, of niet, een kleinigheid; maar je weet dat je zijn armoede er niet mee oplost. En dat gevoel van machteloosheid is er vaak de oorzaak van, dat de pijn van de zieke, de trauma’s van de vluchteling, de armoede van gezinnen in ons dorp, en het lijden in de kampen aan de grenzen van Europa, niet gezien worden. Of we verdringen het met de gedachte: ‘ze zijn het zelf schuld’, of ‘het zal zo’n vaart niet lopen.’
Dat is wat de paus bedoelt: het gaat niet allereerst om grote bedragen. Het gaat allereerst om de ander te begroeten, als mens te erkennen en met respect over hem te spreken. In hem en in haar treedt Christus ons immers tegemoet.

ONS TALENT
Jezus vertelde een verhaal. De grote baas is op reis. God lijkt ver weg. Maar hij bestaat. Hij heeft ons de schepping toevertrouwd. Jezus vergelijkt het met vijf, drie en één talent. Talent, van het Griekse ‘tálanton’, is een bepaald gewicht. In Jezus’ tijd iets meer dan 34 kilo. Het gaat om een bedrag van 34 kilo zilver, dat is tegen de huidige koers14,5 duizend euro. In de Griekse oudheid zou je er waarschijnlijk 6000 drachmen voor krijgen. Ruw geschat kon je daar een arbeider ’n jaar of vijftien mee in dienst nemen. Dit grote bedrag staat voor wat God ons heeft toevertrouw. En dat is dus niet de wiskundeknobbel van de beste van de klas, het is niet een Europese beker voor de mooiste sopraan of een vermelding in het Guinness Book of Records voor de hoogste sprong, nee het staat voor ons vermogen om te lachen, te groeten, te huppelen, de lucht te ademenen, een lied te zingen, de sterren te tellen... en, om een arme in de ogen te kijken, een asielzoeker zijn verhaal te laten vertellen, of zwijgend aan het bed van een zieke te zitten. Het kruis van de anderen is ook ons kruis. Dat is God ontmoeten. Dat is woekeren met onze talenten.
Lieve kinderen.

BROCCOLI
Lieve kinderen. 
Op het bord van Noah lag de rand vol met struikjes broccoli, snippertjes ui en stukje paprika. Mamma keek hem ernstig aan. ‘Het beste laat je liggen. De arme kinderen zouden er blij mee geweest zijn.’ 
Het was niet de eerste keer dat mamma met haar ‘arme kinderen’ aan kwam. ‘Waar zijn die arme kinderen dan?’, vroeg Noah. 'Van mij mogen ze alles hebben!’ 
‘Er zijn genoeg kinderen, ook bij jou op school, 
die vanmiddag alleen maar een boterham pindakaas krijgen’, zei mamma bits. ‘Lekker!’, riep Noah stoer. Maar hij schrok er toch van. Kinderen in zijn klas? 
‘Waarom zijn die dan arm?’ ‘Nou misschien heeft de pappa geen werk en hebben ze vroeger teveel geld geleend bij de bank...’  ‘Hebben wij ook geleend bij de bank?’, wilde Noah weten. Mamma was zo eerlijk om te zeggen: ‘Eigenlijk wel. Anders hadden we dit huis niet kunnen kopen. Een paar kamers zijn van de bank.’ ‘Welke?’, Noah schreeuwde bijna. ‘Toch niet die van mij?’ ‘Misschien knul’. Mamma wees op zijn bord. ‘En eet die broccoli en uitjes en paprika nu maar op, dan ben jij zelf mamma’s arme kindje!’ Noah prikte voor de show enkele stukjes groente op zijn vork, maar het meest liet hij liggen, dat begrijp je wel.