WEEKEND 1 NOVEMBER,
       ALLERHEILIGEN  
  




GELOOF ALS UITNODIGING
 

   


Lieve kinderen.

Toen Roos voor het eerst in deze kerk kwam wist ze niet wat ze zag. Ze keek haar ogen uit. ‘Mamma? Wie zijn al die poppen?’ Mamma begreep het eerst niet, maar toen schoot ze in de lach. ‘Dat zijn beelden! Kijk maar, daar vooraan rechts dat is de heilige Gerlachus. Daarnaast staat Barbara. De naam staat eronder! Die met de rozen is Theresia. Op het hoekje staat Gerardus. Aan de andere kant staat de heilige Antonius. Daarnaast staat sint Jozef en naast hem Agnes met het lammetje en dan Jan de Doper.’ Roos rolde met haar ogen het rondje nog eens na, en vroeg toen: ‘Waarom staan die daar?’ ‘Om ons een beetje het gevoel te geven, dat we in de hemel zijn!’, zei mamma. ‘Die grote mensen toch!’, dacht Roos en ze keek om zich heen. Een man zat te gapen, een vrouw zat te lezen. Anderen keken boos of ernstig. Was het zo saai in de hemel? ‘Dáár!’, riep ze hard. ‘Daar zit iemand die is bijna in de hemel!’ Roos wees verrukt naar de mevrouw op de hoek die in slaap was gevallen. 


 


HEILIGEN ZOEK...!

Deze heiligen hebben lang geleden geleefd. Toen waren er nog geen fototoestellen! Hoe ze er precies uitzagen weten we niet. Maar daarom kun je ze herkennen aan wat ze bij zich hebben.
Toen Theresia van Lisieux op sterven lag, toen beloofde ze,
dat ze rozen uit de hemel zou laten regenen! Zie je haar beeld?
Gerlachus leefde in de buurt van Valkenburg. Zijn hulp werd door boeren ingeroepen bij vee-ziekten. Wie is hij?
Jozef en Antonius hebben het kindje op de arm. Bij Antonius zit het kind op een boek: het is een visioen van de de man die Antonius verpleegde.
Barbara was christen maar haar vader niet. Die sloot haar op in een toren.
Later gaf God haar een schulplaats in een berg. Daarom vierden de mijnwerkers haar feestdag. Herken je haar?
Agnes betkent in het Latijn: lammetje! Dat is makkelijk!
Gerardus wordt met een kruis afgebeeld en soms op een schip.
Er bestond namelijk een legende, dat hij bij Napels de zee op was gerend
om een schip te redden!
Jan de Doper had over Jezus gezegd: 'Hij is het Lam van God...'
Daarom schilderde men Jan met een lint aan de staf waar die tekst opstond.
Kun je hem vinden? 

 




(Johannes bemoedigt zijn lezers in een brief aan 7 parochies in Klein-Azie
omdat ze gebukt gingen onder vervolgingen.
Hij geeft ze een visioen van hoe na alle ellende het Licht van de Eeuwige zal overwinnen.
De beelden waarmee hij het onnoembare aanduidt
ontleent hij aan een taal ('apocalyptiek') die enkele eeuwen daarvoor ontstaan was.
Namelijk toen de Joden zware vervogingen verduurden onder de heerschappij van de Seleuciden.
Het boek Daniel is toen geschreven.)



EERSTE LEZING UIT BOEK DER OPENBARING
VAN JOHANNES 
 
Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen
en de zee bestond niet meer.
En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem,
van God uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon:
‘Zie hier Gods woning onder de mensen!
Hij zal bij hen wonen, zij zullen zijn volk zijn,
en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn.
Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen
en de dood zal niet meer zijn;
geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn
want al het oude is voorbij.’
En hij die op de troon is gezeten, sprak:
‘Zie, Ik maak alles nieuw.
Ik ben de Alfa en de Omega, de Oorsprong en het Einde.
Wie dorst heeft, zal ik om niet te drinken geven
uit de bron van het water des levens.
Wie overwint, zal dit alles krijgen
en Ik zal zijn God zijn en hij mijn kind.’
 
 
 
 

EVANGELIE VOLGENS MATTEUS 5 
(uit de Naardens Bijbel. Deze tekst probeert zo dicht mogelijk bij
de oude tekst te blijven)


Maar als hij die scharen ziet
klimt hij op naar de berg;
als hij gaat zitten
komen zijn leerlingen tot hem.
Hij opent zijn mond
en is hen gaan onderrichten, zeggend:
zalig wie arm zijn aan de geestesadem* (Ps. 34,19),
omdat van hen is het koninkrijk der hemelen;
zalig wie treuren,
omdat hun troost zal worden toegeroepen (Jes. 61,2-3);
zalig de zachtmoedigen,
omdat zij de aarde zullen beërven (Ps. 37,11);
zalig wie hongeren en dorsten
naar de gerechtigheid,
omdat zij zullen worden verzadigd;
zalig de ontfermers,
omdat zij ontferming zullen ervaren,
zalig de reinen van hart (Ps. 24,4; 51,12),
omdat zij God zullen zien;
zalig wie vrede stichten,
omdat zij zullen worden uitgeroepen tot
zonen van God;
zalig wie worden vervolgd
vanwege gerechtigheid,
omdat van hen is
het koninkrijk der hemelen;
zalig zijt ge
wanneer ze u zullen beschimpen
en vervolgen en
al wat boos is zullen zeggen,
tegen u vals getuigend vanwege mij;
verheugt u en jubelt,
omdat uw loon overvloedig is
in de hemelen;
zó immers hebben ze
de profeten vóór u vervolgd!

 

        


OVERWEGING





NIET WAS ÌS OF WAT MÒET,
MAAR WAT KÀN




GELOOF ALS SPROOKJE
Geregeld kom ik nog mensen tegen die een beetje boos vaststellen: ‘ze hebben ons vroeger van alles wijsgemaakt.’ Als ik vraag: ‘Wat hebben ze u dan wijsgemaakt?’, dan komt de biechtpraktijk naar voren, en steevast Adam en Eva. Jammer dat het zo gegaan is! 
Ik denk dan twee dingen. Allereerst vraag ik me af: hoeveel laten wij ons tegenwoordig nog steeds wijsmaken? Niet meer door de kerk maar door facebook..., door presidenten..., door reclameboodschappen. Die kloppen ons meer geld uit de zak dan de kerk ooit gedaan heeft. Die praten ons veel meer schuldgevoelens aan dan de biecht ooit vermocht. Wat hebben we uit onze teleurstellingen dan geleerd?
Maar vooral is het belangrijk om van het verleden te leren, dat ons geloof niet een stapel waarheden is. Vroeger begreep men bijbelverhalen en dogma’s als suitspraken over hòe het heelal in elkaar zat, en wat je moest doen en laten. Het geloof – dacht men –  ging over wat er ìs, en wat er mòet zijn. Maar geloven speelt zich eigenlijk af in een ander domein. Het vertelt niet wat er ìs of wat er mòet..., maar wat er màg en wat er kàn.

GELOOF ALS WETENSCHAP
Daarom is de inhoud van ons geloof geen wet en geen biologie of geschiedenis, maar het is een droom, een visioen..., een uitnodiging. 
Het geloof is ons in het hart gelegd, toen we als dreumesen bij een zieke oma stonden te huilen en pappa zei: ‘Maak eens een mooie tekening voor oma.’ In onze grootste machteloosheid werd een perspectief gelegd, een gebaar van liefde. Het geloof is ons bijgebracht toen we ziek in bed lagen, en mamma met een schone zakdoek wat ‘4711' over ons voorhoofd streek. In al die kleine situaties waarin we niet meer verder konden, werd ons perspectief gewezen.

GELOOF ALS HOOP
In onze traditie hebben die dromen monumentale gestalten gekregen. De grote verhalen ontstonden in extreem moeilijke omstandigheden, bijvoorbeeld toen de elite van Jeruzalem, 600 jaar voor Christus, als gevangenen, meegevoerd was naar Babylon en daar in een vreemde cultuur, losgescheurd van tempel en traditie treurden om hun lot. De dichter Jesaja zong er zijn lied over een terugkeer naar Jeruzalem. Men droomde vver een tijd waarin degenen die zitten te huilen weer gaan lachen, waarin de veroveraars hun rijkdommen kwijtraken en het land voor de zachtmoedigen is, waarin de vredestichters hun doel bereiken en niet de onruststokers.
Andere grote visioenen ontstonden tijdens de onderdrukking door de Seleuciden. Toen ontstonden de grote dromen over God die troont temidden van een hemelse hofhouding, omgeven door liturgische rituelen. Hij is het doe heerst over alle aardse onderdrukkers. Johannes troost er de christenen mee die door de Romeinse keizer worden vervolgd.
Ons geloof is niet een heleboel kennis maar het is hoop. Het is de kunst om perspectief te ontdekken. Om in elk duister de weg naar het licht te vinden. Geloofsverhalen nodigen uit om de wereld te herscheppen. 
Hier ligt een gevaar op de loer. Namelijk dat we niet werkelijk de hoop aanwakkeren, maar met goedkope slogans en naïeve beelden de realiteit ontkennen.
Bijvoorbeeld als ik alleen maar tegen een zieke roep: ‘Ik weet zeker dat het goed komt!’ Dan ga ik voorbij aan werkelijk bestaande angst en onzekerheid. Als ik roep: ‘die corona is volgend jaar alweer vergeten’, dan is dat naïef. Het miskent de diepe littekens die de afstand en afzondering hebben veroorzaakt. Maar je mag hopen dat we wegen vinden om elkaar toch te zien en te horen; dat we ons verheugen op het moment dat we dichter bij elkaar mogen komen, dat we bidden dat wetenschappers succes mogen boeken.

VISIOENEN EN DROMEN
Geloof is geen pakket wetenswaardigheden maar een visioen. We schrijven 1854. De Amerikaanse regering wil grond kopen van de indianen. Hun opperhoofd Seattle houdt een onsterfelijke redevoering. (Aktie Strohalm: Hoe kun je de lucht bezitten?) Hij begrijpt niet waarom de blanke man buffels doodschiet en moeder natuur als zijn vijand beschouwt. Hij vertrouwt de blanke niet, die in zijn steden geen plek heeft om te rusten, ‘waar je in het voorjaar het openspringen van de knoppen kunt horen.’ Het opperhoofd snapt God niet die de blanke man zo machtig heeft gemaakt en dan zegt hij deze zin: ‘Wij zouden het misschien kunnen begrijpen als we wisten waar de blanke man van droomt. Van welke hoop en verwachting hij zijn kinderen vertelt in de lange winteravonden. Welke visioenen hij graveert in hun harten zodat ze verlangend uitzien naar de dag van morgen.’ Dat is geloof: de hoop waarmee we inslapen en met zin in het leven opstaan! Zalig de zuiveren van hart..., zalig die hongeren naar gerechtigheid...!

 

VOORBEDE
 
Laten wij bidden voor alle lieve doden,
dat ze in God geborgen zijn... 
laat ons bidden...
 
Laten wij bidden voor mensen 
die heel erg veel verdriet hebben...
en die niet wennen aan de eenzaamheid... 
laat ons bidden...
 
Laten wij bidden voor allen die naamloos sterven,
van iedereen verlaten, ergens op deze aarde,
in een ziekenhuisbed of in een krottenwijk... 
laat ons bidden...
 
Laten wij bidden dat wij de heiligheid van dit bestaan mogen beseffen,
en dat we, bij al ons doen en laten,
het Koninkrijk van God op het oog hebben.... 
Laat ons bidden...
 
Goede God, de dag van al uw heiligen,
is ook de dag van onze eigen dierbare medemensen. 
Zij zijn ons voorgegaan naar U. Zij waren voor ons genade en geluk.
Heb dank voor hen en behoed hen tot in eeuwigheid.




 

                         Hoe     
       kun je de lucht     
                  bezitten?    


   
(1980, Aktie Strohalm i.s.m. Ekologische uitgeverij; ISBN: 90 6224 198 0)

Seattle, opperhoofd Dwamish-stam begrijpt de blanke man niet die zijn land wil kopen....
Hieronder 3 pagina's